|
Op
het eiland Texel zijn meer dan 300 vogelsoorten vastgesteld.
Vooral in de nazomer en vroege herfst, maar ook in het voorjaar,
als trek- en broedvogels beide te zien zijn, kan men zelfs
op 1 dag wel meer dan 100 soorten waarnemen.
Op bijna
het hele eiland zijn vogels te zien. In de eerste plaats
is er aan de oostkant de Waddenzeekust. Noordelijk van het
plaatsje Oost vallen bij laag water de zandvlakten en slibvlaktes
droog. Dit zijn de voedselgebieden voor vele tienduizenden
vogels. Het is het beste hier enkele uren voor hoog water
te gaan kijken. Dan komen alle vogels dicht bij de dijk
of zelfs binnendijks en zijn ze het gemakkelijkst te herkennen.
Het poldertje Wassenaar, de Schorren en de Bol zijn de plaatsen
waar de dieren zich concentreren. Ze zijn te zien vanaf
het fietspad dat van noord tot zuid langs of over de dijk
loopt. bijna overal vinden we ook een weg langs de dijk.
Zuidelijk van het buurtschap Oost vinden wij aan de binnenzijde
van de dijk een reeks ondiepe plassen met brak water. Vooral
het Wagejot, meteen bij Oost, biedt het hele jaar prachtige
mogelijkheden om vogels te observeren. Broedende kluten,
bontbekplevieren en scholeksters zijn vlak langs de weg
te zien. In het koudere jaargetijde vinden we er dikwijls
smienten, zwarte en groenpootruiters. Vergeet echter ook
niet op de Waddenzee te kijken, bijvoorbeeld bij de IJzeren
Kaap. Talrijke eenden, futen en aalscholvers zitten daar
bijna het hele jaar.
|
|
De
kust tussen Oudenschild en 't Horntje is misschien iets
minder interessant, maar een tocht in die richting is toch
wel voldoende de moeite waard. De Petten, Mokbaai, Geul
en Horsmeertjes staan garant voor een grote verscheidenheid
aan water-, wad- en zangvogels. Langs de weg, die een goed
overzicht over de Mokbaai geeft, is een uitkijkpost gemaakt
die ons ook een blik op de zoetwaterplas van de Geul gunt.
Niet zelden zijn hier lepelaars te zien of vliegen er enkele
bruine of blauwe kiekendieven boven het riet. Iets verder
begint bij een parkeerplaatsje een pad dat naar de Horsmeertjes
loopt. Vanaf omringende paden en een uitkijkplaats zijn
deze nog jonge duinmeren eveneens goed te overzien.
Het
hele bos- en duingebied langs de westzijde van het eiland
is natuurlijk rijk aan vogels. Speciaal in de broedtijd,
april tot eind juni, zijn hier veel zangvogels te zien of
te horen.
De duinen zijn ook een ideale broedplaats voor de grotere
soorten. Wij kunnen er diverse eendensoorten aantreffen
met als meest opvallende: de bergeend.
Kiekendief, wulp, tapuit, watersnip en drie soorten meeuwen
zijn andere bewoners. Vooral de lagere delen, die wat vochtiger
zijn, zijn interessant. Een wandeling door de duinen en
weilanden van de "Nederlanden", noordelijk van
De Koog, is dan ook aan te bevelen.
De
Slufter is in het bijzonder in herfst en winter voor de
vogelliefhebber de moeite waard, vooral omdat er, naast
de watervogels, dikwijls soorten als sneeuw- en ijsgors,
strandleeuwerik en frater te ontdekken vallen. Een tocht
langs het fietspad door het noordelijke duingebied geeft
een redelijke kans op de, landelijk gezien, zeldzame velduil.
Zo
zijn we het eiland helemaal rond. Een belangrijk gebied
in het midden van Texel moet echter nog met name genoemd
worden: de polder Waal en Burg. Vooral in de periode van
november tot in het voorjaar, als een deel van dit gebied
kunstmatig nat gehouden wordt, is dit een waar vogelparadijs.
Talrijke soorten ganzen en eenden, maar ook weidevogels
zoals kemphaan, grutto en rosse grutto vormen de hoofdmoot
van de vogelbevolking hier. Vanaf de omringende wegen is
dit alles goed te bekijken.
|